Woorden en daden

Woorden en daden

23 maart 2013 21:33

In mijn vorige blog heb ik verteld over de effecten van positieve en negatieve gedachten voor je hersenen en lichaam. De essentie daarvan is dat negatieve gedachten allerlei effecten veroorzaken in je hersenen waardoor er chemische processen in beweging worden gezet die we lichamelijk gewoon voelen. Vandaag wil ik aan de hand van een bijbelverhaal ingaan op de relatie tussen woorden en daden.

Geloof of angst

In Numeri 13 en verder lezen we dat het volk van God (Israël) is bevrijd uit Egypte. Ze hebben het ‚beloofde land’ in het vizier. Voordat ze de rivier oversteken om het land in te gaan, worden er verkenners het land in gestuurd. Het land moest immers nog wel ingenomen worden. De meeste van die verkenners komen er terug en worden geciteerd in Numeri 13:31 : We kunnen dat volk niet aanvallen, het is te sterk voor ons. Ik begrijp die reactie maar al te goed. Het moet voor een trekkend volk, moe van de lange reis uit Egypte wel indrukwekkend zijn geweest om een stad als Jericho te zien, en dan te geloven dat dat land eigenlijk voor jou bestemd is. Wat als deze negatieve verkenners hadden gezwegen, en het volk had geluisterd naar één van de verkenners: Kaleb. Hij (zelfs éérder!) had gezegd: We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan. (v. 30). Het volk koos ervoor om naar de meest negatieve interpretatie van de 10 te luisteren. En het jammerde en klaagde een hele nacht door (stel je dat eens voor… ). Nog erger: ze wilden zelfs terug naar Egypte. Weer slaaf worden. En God? Die greep in op het moment dat het volk dreigde hun leiders te stenigen. Hij kwam, beschermde de leiders en wilde zijn eigen volk eigenlijk laten vallen. Hij had het - in mijn woorden - helemaal gehad met Israël. Mozes echter pleitte voor het volk zoals alleen een groot leider kan opkomen voor zijn mensen. En God zwakt zijn oordeel af: hij vergeeft, maar het ongeloof blijft niet zonder consequenties. Israël zal het beloofde land ingaan, maar niet deze generatie van het volk. God is God, hij toont zich vergevingsgezind naar zijn volk dat hem keer op keer op de proef stelde, maar de keuze om de woorden van angst te vertrouwen blijft niet zonder consequenties voor het volk Israël. Au. Het volk proeft de consequenties van haar eigen gedrag. Ik kan het niet mooier maken. Gedrag dat is veroorzaakt door een groep mensen die woorden van angst zaaiden onder het volk. Machtige woorden. Met verregaande consequenties.

Ons ‚Beloofde Land’

Beth Moore (heb ik al eens gezegd dat ik fan ben) legt dit verhaal in haar boek God op Zijn Woord vertrouwen uit als een geestelijk principe, en ik geloof dat dat wel verantwoord is.
  • God heeft ons bevrijdt van de last van de zonde en wil ons brengen naar ons geestelijke beloofde land;
  • Woorden zijn machtig, zo machtig zelfs dat ze ons bij dat beloofde land weg kunnen houden.
  • De smaak van onze woorden voedt ons gedrag. Spreken we bitter, dan zullen we bitter handelen. Spreken we zoet, dan zullen onze daden ook zoet zijn.
Als een mens iets goeds zegt, heeft hij een gevoel van welbehagen, hij voedt zich met de vruchten van zijn mond. Spreuken 18:20
Dit verhaal leert ons wat de gevolgen van negatieve woorden kunnen zijn voor onze daden. Dat leert ons twee dingen:
  1. We maken in onze vrije wil een keuze met welke woorden we onszelf voeden.
  2. De woorden die we spreken zijn voeding voor onszelf en voor onze omgeving. Daar kunnen dus consequenties aan verbonden zijn.
Dit is de reden voor mij geweest om bijbelteksten uit mijn hoofd te willen kennen. Zodat mijn gedachten gevuld zijn met teksten die spreken van Gods trouw en beloften. Zodat ik ook vanuit geloof zal spreken en mezelf en anderen zal voeden met geloof, en niet met angst. Zodat ik met Kaleb en David kan zeggen: We kunnen deze reuzen verslaan, want we hebben de geestelijke wapenrusting op orde! Wat doe jij als je reuzen op de weg ziet? En hoe reageer je naar anderen? Welke woorden spreek je?

Deel dit