Bidden verandert vooral mezelf

Bidden verandert vooral mezelf

15 november 2015 18:00

mirror-1232546-1279x852.jpg
In mijn vorige overdenking heb ik stilgestaan bij de studies over bidden die de Schotse legerpredikant Oswald Chambers - bekend van het dagboek 'My utmost for His highest' - precies een eeuw geleden hield in Egypte tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De conclusie van de vorige overdenking was dat we allereerst bidden om God beter te leren kennen.
Om die reden heeft Chambers ook weinig begrip voor mensen die te druk zijn om te bidden. Hij noemt gebed een 'onderbreking van de persoonlijke ambities'. Dat is volgens hem noodzakelijk, zodat het leven van God in ons kan groeien. Bidden gaat dus niet over onze ontwikkeling, maar over Gods ontwikkeling in ons.

Maakt dat ons bidden tot een puur aanbidden? Spelen dan de verlangens van ons hart geen rol meer?Nee, zegt Chambers, we worden juist opgeroepen om God te bevragen. Hij citeert Lucas 11:9 "Vraag en er zal je gegeven worden". En hier begint Chambers een interessant betoog over wat de bijbel hiermee bedoelt. Allereerst wijst hij erop dat onze natuurlijke neiging is om God niet om iets te vragen. Want vragen maakt afhankelijk. Dus vragen op zichzelf is al winst, omdat het laat zien dat we ons van God afhankelijk willen maken. Chambers moedigt iedereen aan om in die afhankelijkheid alles van God te vragen.

Een van de prachtige redeneringen van Chambers vind ik dat hij best expliciet ingaat op waarom het soms lijkt dat we dan niet precies krijgen waar we om vragen. En hoe we daarmee om moeten gaan. Hij verbindt de belofte van Christus dat we mogen vragen en er zal ons gegeven worden aan het doel van gebed: het voeden van Christus karakter in ons. Dat is zijn interpretatie van Joh. 15:7 waar staat: Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. Hij legt het zo uit:

Kom zoals je bent voor God, en leg je problemen neer, alles waar je ten einde raad over bent. Vraag wat je wilt, en Jezus Christus zegt dat je gebeden worden verhoord. Daarbij moeten we beseffen dat wij volgens het Nieuwe Testament mensen zijn in wie het leven van de Zoon van God is geopenbaard, en gebed zorgt voor de voeding van dat leven. Wij mogen dus alles vragen wat we willen, maar God antwoordt met voeding voor het groeien van Christus in ons, want dat is wat gebed doet. Gebed verandert, maar hoeft niet noodzakelijkerwijs de omstandigheden te veranderen.

Hij zegt letterlijk:

Veel eerder dan dat gebed dingen verandert, verandert gebed mij, en dan verander ik dingen. We hoeven God niet te vragen dat te doen waartoe hij ons geroepen heeft. En hij noemt als voorbeeld sociale veranderingen in de wereld. Daarvoor is Jezus niet gekomen. Hij kwam om ons te veranderen, and als er sociale hervormingen nodig zijn, moeten wij dat doen. God heeft het zo bedacht dat gebed op basis van het verslossingswerk van Christus onze kijk op zaken kan veranderen. Gebed is is niet een kwestie van externe omstandigheden veranderen, maar een wonder doen in het denken van mensen. Als je bidt, blijven dingen hetzelfde, maar jij begint te veranderen.

Maar wat moeten we dan met onze omstandigheden?

Om die vraag te beantwoorden citeert Chambers één van zijn leermeesters die onze omstandigheden vergelijkt met een matras: Heel lekker om op te liggen, maar benauwend als je er zelf onder ligt. Jezus zorgt er door de Geest van God in ons voor dat wij altijd kunnen zorgen dat we boven onze omstandigheden blijven, en er niet onder terecht komen!

Ik hoop dat deze gedachten u stimuleren om met mij al biddend steeds te kijken naar of ik anders naar de wereld en mezelf moet kijken. En minder naar de omstandigheden. En zo boven onze omstandigheden te blijven staan.

Deel dit